Willen we méér, of minder Nederlanders?

Door tiempjuuh op zondag 23 augustus 2015 16:15 - Reacties (22)
Categorie: Ik-moest-het-toch-even-kwijthoekje, Views: 4.134

Ik kan enorm genieten van de vakantie en alles daaromheen. Toch valt me altijd één ding op als ik terug kom van de bestemming: minimaal één bevolkingsgroep is gestegen in mij 'meest gehaat'-lijstje. Onder meer Noren prijken al op dit lijstje, alsook Duitsers. Duitsers kunnen gewoon écht niet fietsen, een vaardigheid die in Nederland toch geen overbodige luxe is.

Als ik echter ook zo'n lijstje zou mogen opstellen voor mensen in het buitenland, dan zouden Nederlanders stipt op de eerste plaats eindigen. Nederlanders in het buitenland werken gewoon niet, die zouden lekker naar Lutjebroek moeten gaan, maar niet naar de Niagarawatervallen.

Toegegeven, ik was er zelf wel vorig jaar en ik ben een Nederlander. We waren er niet alleen, op zijn zachtst gezegd. Het vervoer was er goed geregeld, we konden zo met een 'hop on hop off' bus van onze camping naar de watervallen toe, lekker toeristje spelen. So far, so good. Helaas waren we niet de enigen die dit zo hadden bedacht, een stel Nederlanders kwam ons vergezellen.

Een meisje sprong er duidelijk uit. Het was een type dat vol trots op haar LinkedIn-profiel prijkt met het feit dat ze rond de feestdagen inpakhulp is bij de Douglas, denkende dat die informatie haar baankans in de echte wereld vergroot in plaats van verkleint. Ze was duidelijk meer geïnteresseerd in haar telefoontje dan in haar groepsgenoten, laat staan de watervallen waar we naar op weg waren. Toen ze eindelijk een keer van het scherm opkeek zei ze tegen wat vermoedelijk haar vriend was: “Nou. Ik ga eigenlijk gewoon veel liever shoppen in plaats van naar die stomme watervallen te kijken”. Kennelijk was ze dus meegesleept door haar groep, want als je dan toch in de buurt bent, kun je maar beter die watervallen meepakken. Het was te triest voor woorden, hoe haar vriendinnen er nog in mee gingen ook. Die zielige stroom water, ach ja, er is ook niets aan.

Later in de vakantie, bij een meertje, hoorden we weer de prachtige taal die Nederlands heet, deze keer van een vrouw met een oer-Amsterdams accent. Haar zoontje, ook al zo'n rasechte Amsterdammer, had het even niet in het hoofd te luisteren. Hij bleef maar zeuren om chips, tot de moeder er genoeg van had en uit volle borst riep: “IK DOUW DIE ZAK CHIPS DOOR JE STROT ALS JE NIET STOPT MET ZEIKEN!”. Weg rust, kind aan het janken, één groot feest. Je vraagt je af hoe evolutie met betrekking tot stemvolume zo plaatselijk kan optreden als in Amsterdam, het kind maakte meer herrie dan alle koters in een zwembad van Centerparks bij elkaar. Van de jongen is nooit meer iets vernomen, maar zijn chips zal hij hebben gekregen.

Ik blijf erbij: Nederlanders zouden gewoon in eigen land moeten blijven. Zoek eens een leuk hutje op de heide op of zo, maar laat het vliegtuig liever staan. Misschien is het plan van vriend Wilders zo slecht nog niet: gooi de grenzen maar dicht, maar dan wel van binnen naar buiten. Dit uiteraard na een betrouwbare peiling: “Willen jullie méér, of mínder Nederlanders?”